Gepubliceerd op
August Förster: een Duitse pianobouwer met een bijzondere geschiedenis
Duitse en Tsjechische Försters
Bij tweedehands Försters is het belangrijk om naar de herkomst te kijken. In 1900 richtte de familie een tweede fabriek op in Georgswalde, het huidige Jiříkov in Tsjechië. Deze fabriek werd na de Tweede Wereldoorlog genationaliseerd. Tot 2000 werden daar piano's onder de naam August Förster geproduceerd door Petrof. De instrumenten uit deze fabriek zijn niet hetzelfde als de Försters die in Löbau werden gebouwd.
Ook de fabriek in Löbau kende na de oorlog een bijzondere geschiedenis. In 1972 werd ze genationaliseerd en werd ze een VEB. Toch bleef de productie in Löbau bestaan en werden er ook in de DDR-periode hoogwaardige vleugels gebouwd en internationale onderscheidingen behaald. Vanaf 1987 werden bijvoorbeeld Renner-mechanieken gebruikt. In 1991 werd het bedrijf opnieuw geprivatiseerd door de familie Förster.
Componisten en bijzondere ontwerpen
Förster werd niet alleen bekend door zijn gewone piano's en vleugels. In de jaren 1920 en 1930 ontwikkelde het bedrijf onder meer kwarttoonpiano's en de Elektrochord. In 1923 werd samen met de Tsjechische componist Alois Hába een kwarttoonvleugel gebouwd.
Ook componisten als Giacomo Puccini, Richard Strauss en Sergei Prokofjev speelden op Förster-instrumenten. Volgens de fabriek componeerde Puccini een groot deel van zijn opera's aan een Förster-piano.
Welke Förster is interessant?
Bij een oude Förster moet je dus verder kijken dan alleen het merk. Bouwjaar, fabriek, model en vooral de staat van het instrument bepalen wat je werkelijk in handen hebt.
Een Förster uit Löbau en een instrument uit de voormalige fabriek in Jiříkov kunnen onder dezelfde merknaam staan, maar zijn historisch en technisch niet hetzelfde instrument. Dat onderscheid is bij een aankoop belangrijk.