Gepubliceerd op

Blüthner

Innovatie als onderdeel van de Blüthner-traditie

Toen Julius Blüthner in 1853 zijn pianofabriek in Leipzig oprichtte, was de stad al een belangrijk centrum van muziek, wetenschap en handel. Blüthner onderscheidde zich al vroeg door technische innovaties. Zijn theoretische ontwerpen werden volgens het bedrijf zelfs gepubliceerd en door andere pianobouwers bestudeerd.

De bekendste innovatie kwam enkele decennia later: het Aliquot-systeem.

De vierde snaar

In het hoge register van een Blüthner-vleugel bevindt zich naast de drie gewone snaren een vierde snaar. Die wordt niet door de hamer aangeslagen. Ze ligt iets hoger en begint mee te resoneren wanneer de corresponderende toon wordt gespeeld.

Die extra resonantie verrijkt het boventoonbeeld en draagt bij aan de warme, kleurrijke en zingende klank waarvoor Blüthner bekendstaat. Het systeem werd door Julius Blüthner ontwikkeld en in 1877 gepatenteerd. Het originele patentdocument is nog steeds onderdeel van het historische materiaal van Blüthner.

De innovatie bleek meteen succesvol. Op de Wereldtentoonstelling van Philadelphia in 1876 kreeg het Blüthner-ontwerp met de vierde snaar een gouden medaille.

En de Aliquot is geen historisch curiosum. Ook vandaag is het systeem een kenmerkend onderdeel van de Blüthner-vleugels: met uitzondering van Model 11 zijn de huidige concertvleugels ermee uitgerust.

Een pionier in de ontwikkeling van de moderne piano

De Aliquot is misschien de bekendste innovatie, maar Julius Blüthner deed meer.

Blüthner presenteerde zijn instrumenten en technische vernieuwingen al vroeg op internationale tentoonstellingen en bouwde vanaf 1868 een internationaal verkoopnetwerk uit. De instrumenten werden niet alleen in Duitsland, maar ook in Brussel, Amsterdam, Parijs, Wenen, Philadelphia, Melbourne en Sydney voorgesteld.

Een bijzonder voorbeeld van die zoektocht naar vernieuwing is de Blüthner die in 1936 meeging met de zeppelin LZ 129 Hindenburg.

Voor deze gelegenheid werd een uitzonderlijk lichte vleugel gebouwd. De basisconstructie was van aluminium en het instrument werd afgewerkt met onder meer geel varkensleer om gewicht te besparen. De vleugel kreeg een plaats in de muziekkamer van de Hindenburg.

Het is een prachtig voorbeeld van iets wat door de hele geschiedenis van Blüthner terugkomt: traditie combineren met technische vernieuwing.

Leipzig: de stad van Bach, Mendelssohn én de piano

Dat Blüthner juist in Leipzig ontstond, is geen toeval.

In het midden van de 19de eeuw was Leipzig een van de belangrijkste culturele centra van Europa. De stad was verbonden met Johann Sebastian Bach, het Thomaskoor, het Gewandhausorchester en de in 1843 door Felix Mendelssohn opgerichte muziekacademie.

Tegelijkertijd groeide Leipzig uit tot een belangrijk centrum voor de pianobouw.

Blüthner was er lang niet de enige fabrikant. Ook namen als Feurich, Kreutzbach, Hupfeld, Gebrüder Zimmermann, Förster en Irmler waren verbonden met de Leipziger pianobouwtraditie. Rönisch werd later eveneens in Leipzig geproduceerd.

Leipzig was daarmee niet alleen een stad waar componisten hun muziek schreven en uitvoerden, maar ook een plaats waar de instrumenten waarop die muziek werd gespeeld voortdurend verder werden ontwikkeld.

Van Leipzig naar de grote pianisten

De nabijheid van het Gewandhaus en het rijke muziekleven van Leipzig bracht Blüthner al vroeg in contact met belangrijke componisten en pianisten.

Brahms, Liszt, Mahler, Rachmaninoff, Schumann en Tsjaikovski behoorden tot de musici die met Blüthner in contact kwamen. Blüthner beschrijft deze contacten zelf als een belangrijke bron van feedback en inspiratie bij de verdere ontwikkeling van zijn instrumenten.

Ook Claude Debussy had een Blüthner-vleugel. Volgens Blüthner was hij bijzonder gecharmeerd door de resonantie van de vierde Aliquot-snaar.

Rachmaninoff bezat eveneens een Blüthner en schreef een groot deel van zijn vroege oeuvre aan zijn Blüthner-vleugel.

En de naam Blüthner bleef niet beperkt tot de klassieke muziek. The Beatles gebruikten een Blüthner-vleugel voor "Let It Be".

Een grote klank die niet hoeft te overheersen

Een van de eigenschappen die wij bij Blüthner bijzonder waarderen, is de manier waarop het instrument een grote klank kan produceren zonder dat die klank noodzakelijk hard of dominant wordt.

Dat maakt een Blüthner ook bijzonder geschikt voor een woonkamer.

Een van onze klanten heeft bijvoorbeeld een grote Blüthner-concertvleugel in zijn woonkamer staan. Dat hoeft helemaal geen probleem te zijn. Een vleugel kan namelijk zo worden afgeregeld en geïntoneerd dat hij uitstekend bij de ruimte en de wensen van de pianist past.

Dat is ook een van de redenen waarom twee Blüthners van hetzelfde model toch heel verschillend kunnen klinken.

Restauratie: een Blüthner krijgt een tweede leven

In ons atelier restaureren we regelmatig Blüthner-vleugels. Het zijn zeer solide en duurzaam gebouwde instrumenten die zich uitstekend lenen voor restauratie.

Bij een zorgvuldige restauratie gaat het bovendien niet alleen om het technisch opnieuw in orde brengen van de piano. De afregeling en intonatie bepalen voor een groot deel hoe het uiteindelijke instrument reageert en klinkt.

Een Blüthner kan daardoor een zeer verschillende persoonlijkheid krijgen: warmer, helderder, zachter, directer of juist krachtiger.

Dat maakt het restaureren van een goede historische Blüthner bijzonder interessant. Wanneer mechaniek, snaren, hamers en andere onderdelen opnieuw op elkaar zijn afgestemd, kan het instrument opnieuw een buitengewoon rijke klank krijgen.

Een familiebedrijf met een bewogen geschiedenis

Blüthner is bovendien een van de grote pianomerken die nog altijd door de familie wordt geleid.

De geschiedenis was nochtans allesbehalve eenvoudig. De fabriek werd tijdens de Tweede Wereldoorlog zwaar getroffen en de familie kreeg na de oorlog te maken met de veranderde politieke situatie in Oost-Duitsland.

In 1972 werd het bedrijf genationaliseerd. Ingbert Blüthner-Haessler bleef echter als bedrijfsleider betrokken bij de onderneming. Na de val van de Berlijnse Muur in 1989 kon hij Blüthner opnieuw als familiebedrijf organiseren. Tussen 1994 en 1997 bouwde de familie een nieuwe fabriek in Störmthal bij Leipzig.

Vandaag wordt het bedrijf opnieuw door de vijfde generatie van de familie geleid en worden de instrumenten nog steeds in de omgeving van Leipzig gebouwd. Zo zijn ze het enige oude pianomerk dat nog steeds in handen is van de nazaten van de oprichter.

Waarom een Blüthner zo bijzonder blijft

Misschien is het uiteindelijk moeilijk om een Blüthner in één zin te omschrijven.

Het is de warme basklank, de zingende toon, de rijke resonantie van het Aliquot-systeem en de enorme mogelijkheid om de klank via aanslag, afregeling en intonatie te kleuren.

Maar bovenal is het een instrument dat niet alleen ontworpen is om luid te klinken.

Het is ontworpen om te kunnen zingen.

En dat is misschien wel de beste verklaring voor waarom een Blüthner na meer dan 170 jaar nog altijd zo'n bijzondere plaats inneemt tussen de grote pianomerken.