Gepubliceerd op

Rippen: de Nederlandse pianobouwer die bleef vernieuwen

Vernieuwen in plaats van kopiëren

Rippen probeerde de piano telkens opnieuw te bekijken. Er werd geëxperimenteerd met aluminium, kunststof en nieuwe constructies om instrumenten lichter, efficiënter en gemakkelijker te produceren en te transporteren.

Het bekendste voorbeeld is de aluminium vleugel, die rond 1950 werd ontwikkeld. De constructie was technisch bijzonder en ook visueel heel herkenbaar. De productie werd uiteindelijk in 1972 stopgezet omdat het instrument te duur was om rendabel te produceren.

Ook de gewone modellen waren vaak eigenzinnig. Rippen bouwde onder meer de Maestro, Mignon, Carillon en Studio, naast verschillende latere modellen. Op het hoogtepunt werkten er ongeveer 160 mensen in de fabriek in Ede.

De klapvleugel

Een van de meest bijzondere ontwerpen ontstond later: de Lindner klapvleugel, ontworpen door Nico Rippen. Deze vleugel kan op zijn kant worden gezet, waardoor hij bij transport en opslag veel minder ruimte inneemt.

Het is een mooi voorbeeld van de manier waarop Rippen dacht: niet alleen een goede piano bouwen, maar ook zoeken naar nieuwe oplossingen voor praktische problemen.

Het einde van Rippen

Vanaf de jaren 1970 kreeg het bedrijf het moeilijker. De afzet stagneerde en de combinatie van hoge kosten, veranderende markten en problemen met bepaalde nieuwe constructies zette het bedrijf onder druk. In 1985 volgde een faillissement en uiteindelijk kwam in 1991 opnieuw een faillissement. De productie in Ede kwam daarna definitief ten einde.

Rippen is daardoor vooral interessant geworden als stukje Nederlandse pianogeschiedenis: een fabrikant die niet bang was om bestaande ideeën over pianobouw ter discussie te stellen. Sommige ontwerpen waren eigenzinnig, andere ronduit vooruitstrevend — en juist daardoor kom je bij Rippen soms piano’s tegen die je bij geen enkel ander merk vindt.